Flamingo-poep
Tania Kross
“Op een nachtkasje liggen meestal je dierbare bezittingen”, beweert de dertigjarige mezzosopraan Tania Kross. “Tenminste, bij mij dan.” Op haar nachtkastje liggen standaard haar laptop, telefoon, bladmuziek én haar flamingo-poepsteen. “Toen ik een jaar of twintig was, vroeg iemand aan mij wat ik mee zou nemen als er brand uit zou breken. Ik dacht meteen aan mijn flamingopoepsteen. De steen is niet duur en hij geeft mij geen bijzondere krachten, maar hij doet mij denken aan Curaçao.” Tania leidt een zigeunerbestaan, zij leeft uit haar koffer. Veel kan zij daarom niet meenemen, alleen voorwerpen die gerelateerd zijn aan haar werk. “Als jong meisje wilde ik de wereld al ontdekken. Op mijn vijftiende ging ik voor het eerst alleen naar New Orleans en toen ik zeventien was, studeerde ik aan het conservatorium in Nederland. Ik mocht de wijde wereld in, omdat ik mij wel zou redden. Maar toch heb ik houvast nodig. Ik houd van Curaçao, met heel mijn hart. Het is prachtig om daar geboren te worden. Mijn lamingopoepsteen heb ik daarom altijd bij me. Ik weet dat ik heus niet stop met leven wanneer ik de steen niet bij mij heb, maar toch. Het is net als met mijn moeder; zij is me heel dierbaar, maar als zij niet in de buurt is, gaat het leven gewoon door.” De flamingopoep is afkomstig van de rode flamingo, die in het Caribisch gebied leeft. De rode flamingo eet voornamelijk kreeftachtigen en algen. Door dit voedsel heeft de steen een prachtige roze kleur. “De meeste mensen zullen waarschijnlijk denken: ‘Wat vies, zo’n steen van opgedroogde poep.’ Voor mij is het een stukje Curaçao dat ik bij me heb”, vertelt Tania Kross. “Ik neem mijn trots overal met mij mee.”
